|
‘Commercieel gesproken is het
natuurlijk harakiri’, zegt gitarist/zanger Joep Pelt lachend over zijn
nieuwe plaat I’m off!. De Amsterdammer put uit zo’n onwaarschijnlijke
hoeveelheid stijlen dat een muziekpromotor er dol van wordt. Want hoe
omschrijf je een plaat die zowel stevig in de Amerikaanse folk- en
bluestraditie staat als uit Afrikaanse swing is opgetrokken? Malinese
afrobeat ontmoet rockriffs, een Congolees soukouss-nummer loopt doodleuk uit
in een countryrefrein, met een Malinese vrouwenstem die tegen een huilende
Amerikaanse pedal steel in praat. De plaat komt ook nog eens uit bij
Excelsior, maar heeft weinig van doen met de gitaarpop die daar doorgaans
wordt uitgegeven.
Legendes
‘Grenzen spelen geen rol meer in de muziek, muzikaal en geografisch’, zegt
Pelt er zelf over. Een uitspraak als een lijfspreuk. Pelt groeide op met de
bluesplaten van zijn vader, en reisde als tiener naar Mississippi om te
leren hoe je nou precies fingerpickin’ slidegitaar speelt. Hij kreeg les van
legendes als T-Model Ford en R.L. Burnside en was een tijd lang Nederlands
beste deltabluesgitarist. Tot het weer begon te kriebelen, en hij in 2004
naar Mali vertrok, om opnieuw te leren, dit keer van gitaarvirtuozen als Ali
Farka Touré en Djelimady Tounkara. Pelt: ‘Als je jezelf in een vreemde
setting neerzet, raak je steeds verder af van je eigen mores. De ervaring
van een nachtelijke, zes uur durende jamsessie in een club in Mali’s
hoofdstad met de beste mensen uit die scene, is door niets te evenaren.’
De Malinese reis resulteerde in een project met de Malinese gitarist Lobi
Traoré en bassist Breman Kouyaté; hun gezamenlijke tour met de plaat I
Yougoba was het snoepje van de zomer van 2007. Raakten daar de westerse en
Malinese gitaarstijlen al op een inspirerende manier verstrengeld, op I’m
off! is niet meer te onderscheiden waar Amerika ophoudt en Afrika begint.
‘Voor een buitenstaander kunnen blues en afrobeat niet verder van elkaar
afliggen, maar als je er in zit, ontdek je dat er sterke verbanden bestaan.
Niet als in het cliché ‘de slaven hebben de blues naar Amerika gebracht’,
daar klopt niets van, maar er is een lange geschiedenis van wederzijdse
beïnvloeding.’
Alle nummers op de plaat zijn door Pelt geschreven, en als het moet op een
enkele gitaar te spelen. ‘Dat is de ruggengraat. Tijdens het schrijven ben
ik gaan bedenken hoe de rest moest klinken en heb ik muzikanten uitgenodigd
om bepaalde partijen voor hun rekening te nemen.’ Dat betekende dat Breman
Kouyaté opnieuw naar Amsterdam overgevlogen moest worden: de bassist is voor
westerse oren onnavolgbaar in zijn afro-groove. Singer-songwriter Lucky Fonz
III speelde mee op de piano, René van Barneveld (beter bekend als gitarist
van de Urban Dance Squad) tovert met kleuren op de pedal steel.
‘Ik had muzikanten nodig met een brede oriëntatie’, zegt Pelt over zijn
keurkorps. ‘Dat is lastiger dan je denkt. Nederlandse muzikanten zijn
opvallend eenkennig, wat vreemd is voor een importland waar van alles
binnenkomt. Dit project over muzikaal avontuur en wereldwijde
verwantschappen is ook een beetje een pamflet. Zo van: en nu jij!’
|